Elk zeegebied heeft zijn eigen humeur. Het getij dat een uur verloopt over twintig mijl, een stroom die kentert terwijl de wind doorzet, een deining die van ver komt aanzetten. De meeste bronnen vatten dat samen in tabellen voor een heel gebied. SeaData doet het omgekeerde: het rekent getij, getijstroom, golven en wind uit voor prΓ©cies de positie waar jouw schip ligt β en die data vaart met je mee.
Waarom SeaData:
Maak een account aan en vaar met je eigen data.
Scan de code met je telefoon voor de mobiele versie, of download de PDF.
Deze handleiding beschrijft wat je op het scherm ziet, wat elke knop doet, en β het belangrijkste β hoe je moet lezen wat er staat. SeaData toont gegevens waarop vaar- en werkbeslissingen worden gebaseerd; dan is weten wÑÑr een getal vandaan komt net zo belangrijk als het getal zelf. Knoppen en tabs staan hier precies zoals op het scherm: in het Engels.
De zeekaart vult het hele beeld. Alles eromheen zweeft erboven: de topbalk, de zijtabs links, Map layer rechtsboven, Tide stations linksonder, Overlay rechtsonder en de onderbalk.
| Onderdeel | Wat het is |
|---|---|
| Vessels | Het actieve schip. Klik opent de vlootkiezer als je meerdere MMSI's hebt; alle schermen en de kaart volgen het schip dat je kiest. Het richtkruis ernaast brengt het schip terug in beeld (grijs zolang er geen positie bekend is). |
| Position | De AIS-positie van het actieve schip, in het gekozen formaat. |
| Speed / Heading | Snelheid over de grond in de gekozen eenheid (kn, km/h of m/s), en de koers. |
| Fix age | Hoe oud de positie is. Lees dit altijd mee. |
| Sea temp | Zeewatertemperatuur op je positie. |
| Hs / Wind / Current | De omstandigheden op je positie nu. Uit te zetten onder het tandwiel (Weather (Hs/Wind/Current)). |
| UTC | De klok. Alle tijden op dit platform zijn UTC. |
De kleur is een waarschuwing: groen onder 30 s, geel onder 5 min, oranje onder 15 min, rood daarboven.
Het getoonde getal is de som van twee leeftijden: hoe oud het laatste AIS-bericht is, Γ©n hoe oud de momentopname van de AIS-dienst zelf is. Valt de dienst stil, dan lijkt het bericht vers terwijl het dat niet is; door ze op te tellen zie je het echte risico.
EΓ©n blik voordat je een tab opent: WAVE, WIND, TIDE, een polar en CURRENT, elk met de waarde van nu en een grafiek van 6 uur terug tot 24 uur vooruit. De getallen zijn de consensus van alle modellen die je positie dekken; de grafiek toont het ene best passende model, want een gemiddelde van vormen vlakt de pieken weg. Tide zet het astronomische getij naast de werkelijke waterstand, Current de zuivere getijstroom naast de totale stroom. Next en Then zijn de eerstvolgende twee kenteringen van het getij in tijdsvolgorde; Slack is het eerstvolgende stroomstil.
De polar laat wind (blauw), golf (geel) en stroom (oranje) naar binnen wijzen β waar ze vandaan komen β en je koers (HDG, rood doorgetrokken) en koers over de grond (CoG, rood gestreept) naar buiten. Het verschil tussen die twee is je drift. De hoeken erboven zijn relatief aan je hartlijn: 000 recht vooruit, 090 dwars stuurboord.
Een ring per databron, gegroepeerd als Wave, Wind + Warnings, Current, Tide, Observations en Radar. Een ring is één verversingscyclus: vol en groen vlak na een nieuwe run, en hij loopt leeg naar rood naarmate de cyclus opraakt. Rood betekent ook: ontbreekt of te laat. Loopt een model achter, dan zie je het hiér het eerst.
Recent bijgekomen: Met Office UKV, MET Norway MEPS, MEPS ensemble (30), DMI HARMONIE DINI, ICON-D2-EPS (20) en ECMWF ENS (50) onder Wind, DWD EWAM onder Wave, de stroommodellen DMI DKSS en RWS DCSMv7 onder Current, en Meetplatforms, METAR offshore en Copernicus in-situ onder Observations β de bronnen achter de kaartlaag Platforms.
De keuzelijst kiest de basiskaart:
| Kaart | Bron | Let op |
|---|---|---|
| OSM | OpenStreetMap | standaard |
| Voyager | CARTO | rustiger beeld |
| Ocean | Esri | zee-georiΓ«nteerd, tot zoom 13 |
| Topo | OpenTopoMap | tot zoom 17 |
De SeaMarks-laag (OpenSeaMap: boeien, vaarwegen, lichten) ligt hier altijd overheen.
Onder de keuzelijst staan schakelaars. Een gedimde vlag of een grijze knop betekent: die laag staat uit.
| Schakelaar | Wat hij toont |
|---|---|
| EU model wind | Een vak per Europees windmodel (HARMONIE, DINI, ICON-D2, AROME, MEPS, ICON-EU/ECMWF), zodat je ziet welk windmodel waar geldt. MEPS heeft een scheve rand en staat er met zijn echte omtrek. |
| EU model wave | De gebieden van de Europese golfmodellen, per zeegebied. Staat nooit tegelijk aan met EU model wind: de een zet de ander uit. |
| Asia | De Aziatische databox (Taiwan / CWA) en de dekking van de Japanse radar en wind. Elke box draagt zijn naam in de hoek. |
| Typhoon | De actuele tyfoonbaan, verwachtingskegel en windcirkel van CWA, met een rode balk die zegt hoe oud het bericht is. Buiten het seizoen leeg. |
| T.U s.w.a.n | De gebieden waar het golfmodel SWAN dieptetegels heeft β waar SWAN kan rekenen. |
| IOC Tidal data | Zeeniveaustations van het IOC-netwerk (VLIZ/UNESCO). |
| Platforms | Vaste meetstations op zee met hun laatste meting β zie 2.2. |
| Areas | Je eigen kaartpunten en vormen, geΓΌpload op je profiel (tab Areas: punten als TXT/CSV, SHP of KML). Er verschijnt een lijstje om elk bestand aan of uit te zetten. Punten staan op ware grootte, dus zoom in om ze te zien. |
Platforms vervangt de oude AIS-knop in Map layer. Hij toont elk vast meetstation op zee met de laatste golf-, wind-, stroom- en zichtmeting, samengevoegd uit KNMI, Rijkswaterstaat, DMI, Copernicus Marine in-situ, Meetnet Vlaamse Banken, de Met Office, DWD-windstations (Alte Weser, Helgoland) en METAR/TAF van offshore platforms. Het ronde logo zegt wat het is: platform, buoy of mast / pile.
Per land een vlag die de getij- en meetstations van dat land aan- of uitzet: NL, FR, UK, DK, NO, BE, SE, DE, EE, PL, LV, ES, PT, IT, TW, ID, JP. Alle vlaggen beginnen uit; een laag laadt pas bij de eerste keer aanzetten.
π 50km staat standaard aan: hij toont elk station binnen 50 km van je positie, wat de vlaggen ook zeggen. De vlaggenrij is dan gedimd. Zet hem uit om weer met de vlaggen te werken.
| Vorm | Betekenis |
|---|---|
| Ruit | offshore-/meetstation zonder voorspelling |
| Driehoek | eiland |
| Cirkel | kuststation |
| Cyaan stip | meetboei |
Klik op een station opent de details; aanwijzen geeft een korte samenvatting. Havens en hun getij staan in SeaHarbour.
Golfhoogte-schaal (Hs): onder 0,5 m blauw Β· 0,5-1 m groen Β· 1-2 m geel Β· 2-3 m oranje Β· 3-4 m rood Β· boven 4 m donkerrood.
Tien tabs. Zeven openen een paneel; AIS, ForeCast en SeaRain zijn schakelaars die een laag op de kaart zetten. Alles geldt voor de positie van het actieve schip, of voor je bullseye-plek. Klik dezelfde tab nog eens of het kruisje om een paneel te sluiten.
Drie tabs: Models (elk golfmodel dat je positie dekt, in de volgorde uit hoofdstuk 5), Online (TidesAtlas Marine) en S.W.A.N. Models heeft Graphics, Tables en DPR (de driehuurlijkse waarden van vandaag uit het best passende model, zoals een Daily Progress Report ze overneemt).
S.W.A.N draait het golfmodel SWAN precies op de positie van je schip en geeft elke grootheid als getal: golfhoogte en deining, alle perioden, gemiddelde en piekrichting met spreiding, golflengte en steilheid, en de orbitaalbeweging bij de bodem. Het rekent de deining van een grover model door naar de plaatselijke diepte; het is dus een puntberekening, geen kaartlaag. Hij rekent bij het laden van de pagina en daarna elke 30 minuten; Recalculate dwingt een verse run af. Een stoplicht zegt of de run compleet is.
Now (getijstroom, totale stroom en reststroom met hun bron, een kompasroos, en een 3D-profiel tot 200 m waar het model dat levert), Prediction (per uur) en Graphics.
Now, Charts, 7 days, DPR (wind, stoten en richting om de drie uur uit het best passende model), Models, Forecast (het KNMI-scheepvaartweerbericht) en Typhoon (cycloondata van CWA). Meerdere modellen naast elkaar, elk in een eigen kleur.
Chart en Table. Twee groepen bronnen: de werkelijke waterstand (CMEMS NWS, Met Office NWS, IBI, MED) en het astronomische getij (EOT20, FES2022, DTU23).
De tab AIS opent geen paneel meer: hij zet onze eigen AIS-laag op de kaart aan en uit. Uitgezoomd zie je alleen je eigen vloot; ingezoomd elk schip in beeld. De telling naast Platforms zegt hoeveel er getekend zijn, en uitgezoomd staat er zoom in for all ships bij.
Kleuren volgen het scheepstype. Een paarse ruit is een navigatiehulpmiddel (AtoN); alleen een omtrek betekent virtueel (bestaat niet fysiek), rood betekent uit positie.
ForeCast zet de gebieden van de nationale weerdiensten op de kaart. Klik op een vak voor het bericht van die dienst; de popup sluit vanzelf na 30 seconden.
| Kleur | Dienst | Wat je krijgt |
|---|---|---|
| Oranje | KNMI | De districten van de Noordzee en het Nauw van Dover. |
| Donkerblauw | MΓ©tΓ©o-France | Vigilance: kleurcode per kustdepartement en Corsica, met de bulletintekst. |
| Rood | AEMET | Spaanse kustzones. Engelse vertaling boven, Spaans eronder; staat er een dekkingspercentage bij, dan is een deel niet vertaald. |
| Paars | IPMA | Portugese kustpunten, met de zeeverwachting van drie dagen: golfhoogte, richting, periode en zeewatertemperatuur. |
SeaRain vervangt de losse radarknoppen. Een klik op de tab zet onze eigen neerslaglaag aan en uit; het kleine tandwiel in de tab opent SeaRain settings zonder de laag te schakelen:
Wat kan dit schip op deze plek? Workability zit in elke accountsoort, en zonder in te loggen op het demoscherm. Negen subtabs, in de volgorde van gebruik: Workability (opent eerst), Contract, Transit, Reporting, External weather, Vessel Online, Vessel, Limits en How it works.
Elk account krijgt één keer een eigen Demo vessel: een voorbeeldschip met tekening, zodat je meteen een volledige uitkomst ziet. Het is van jou: je kunt het aanpassen tot je eigen schip, hernoemen of wissen. Het telt mee voor het aantal schepen dat je account mag hebben; gewist komt het niet terug. Op het demoscherm (niet ingelogd) ligt het op de demopositie in de Noordzee en kan er niets bewaard of geüpload worden.
Kies een Moment (now tot +24 h) en druk op Calculate. Golven, wind en stroom komen uit dezelfde bronnen die SeaWave, SeaWind en SeaCurrent voor die positie tonen. De kopregel geeft het antwoord (de beste koers); de kaarten Waves, Wind en Current zeggen waardoor, elk als Polar, Bars of Table.
Per activiteit, per uur, tot 48 uur vooruit: blijft het weer binnen de contractlimieten, en lang genoeg? Druk op Calculate; de kopregel zegt hoeveel activiteiten nu werkbaar zijn en wanneer voor de rest het volgende venster opengaat.
| Grootheid | Waarde waartegen getoetst wordt |
|---|---|
| Hs, wind | Het gemiddelde van de 3 best passende modellen voor deze positie (de ranglijst van SeaWave en SeaWind). |
| Stroom | Het gemiddelde van de modellen voor de totale stroom: CMEMS NWS, DMI DKSS en RWS DCSMv7. Zijn het er minder dan drie, dan vult FES2014 aan, met het label tide only. |
| Zicht | Het laagste model, niet het gemiddelde β mist is lokaal, en als één model mist voorspelt is het uur niet werkbaar. Getoond tot 12 km. |
Een uur telt alleen als werkbaar als elke beoordeelde limiet gehaald wordt Γ©n het in een venster valt dat minstens zo lang is als het minimum van de activiteit. Een grootheid die geen model dekt is Not assessed, en dat staat in de regel onder de kop.
| Kleur | Betekenis |
|---|---|
| Groen | werkbaar |
| Lichtoranje | werkbaar, maar binnen de marge van een limiet |
| Donkeroranje | net over een limiet (binnen de marge) β niet werkbaar |
| Rood | niet werkbaar, limiet overschreden |
| Oranje strepen | weer goed, maar het venster is korter dan het minimum |
| Groene strepen | het venster loopt voorbij de horizon; de lengte is onbekend |
| Grijs | geen modeldata β nooit stil goedgekeurd |
Working limits (de knop met het tandwiel) opent de tabel Working limit for safe 24h vessel operations on site: per activiteit Hs, wind, stroom, zicht (tot 12000 m) en Min. window. De limieten horen per schip (het schip dat onder Vessel gekozen is; alle beladingstoestanden van een schip delen ze). Een schip zonder eigen limieten rekent met voorbeeldwaarden (Transit, Standby on Location, MBES, Crane) en een oranje balk Example limits zegt dat erbij: stel ze zelf in voor je erop vertrouwt. + Add activity, Reset to example values en Save and recalculate doen wat ze zeggen; zonder gekozen schip kan er niets bewaard worden. Near-limit margin (standaard 10 %, 0 = uit) bepaalt hoe dicht bij een limiet een uur oranje wordt.
Het smalle cyaan blok onder elk uur is de kans dat Hs en wind binnen de limieten blijven, geteld over de leden van twee ensembles: ECMWF ENS (50 leden, wind en golven, tot 72 h) en ICON-D2-EPS (20 leden, wind, tot 48 h). Uren waarin stroom of zicht al over de limiet zijn krijgen 0. Van telling naar kans gaat met de regel van Laplace: (gunstig + 1) / (leden + 2), dus van 1 tot 99 % β een volle telling is geen zekerheid.
Kies bovenaan het schip (Vessel); daaronder twee binnentabs.
Je eigen tekening. Onder 2D kun je je eigen generalplan uploaden als DXF: Top view (DXF), Side view (DXF) of allebei, max 5 MB per stuk, en dan Upload drawing. De lijnen komen in Top en Side view in plaats van de omtrek van de standaardromp; er wordt niets uit gebouwd. De tekening wordt uitgelijnd op haar achterste en laagste lijn. Ligt die door een achterplatform of een thruster onder de kiel niet op de spiegel of de basislijn, vul dan de correctie in (Side: transom, Side: baseline, Top: transom) en kijk hoe het nulpunt verschuift. Bow on the left en Top view mirrored zetten een omgekeerde tekening recht.
Limits bevat wat voor dit werk nog acceptabel is: rol, stamp, dompen op het werkpunt, dwars- en verticale versnelling, een Hs-plafond, groen water en slamming op de boeg, en de benutting van de stuwkracht. Een Preset vult ze in (SeaData defaults, NORDFORSK intellectual work, NORDFORSK heavy manual work); daarna kun je elk getal aanpassen. Statistic kiest significante waarden of het verwachte maximum in 3 uur. How it works legt beide rekenketens uit en noemt elke bron met zijn status.
Alles hierboven rekent met modellen: een verwachting voor jouw positie. Vessel Online is de andere kant op β wat het schip zelf meldt, uit zijn eigen instrumenten. Een klein programma aan boord, SeaData.exe, luistert mee op het NMEA-netwerk van het schip en stuurt wat het hoort ongeveer elke zes seconden naar SeaData, over gewone https op poort 443. Alleen uitgaand: aan boord hoeft niets opengezet te worden, en er komt niets terug.
Je hebt de API-sleutel van je account nodig β daaraan ziet SeaData van wie dit schip is. Sleutel en programma staan allebei op het tabblad API in je account, en het schip moet in je vloot aangevinkt staan als Position via SeaData.exe. Zonder dat vinkje weigert de server de gegevens, en dat is met opzet: anders stuur je maandenlang data in voor een schip waarvan je alleen denkt dat het werkt.
Het kan AIS vervangen waar AIS niet komt. Walstations horen je alleen dicht onder de kust, en de satellietbronnen zijn minuten tot uren oud. Een schip dat zijn eigen positie stuurt blijft in die gaten gewoon op de kaart staan β en dan elke zes seconden in plaats van elke paar minuten. Wal-AIS blijft de terugval: zet je het programma uit, dan valt het schip daar vanzelf op terug.
De tab laat zien of de verbinding leeft (een ring die met elke burst volloopt), wat er binnenkwam, de laatste zes uur als grafiek, het laatste bericht regel voor regel, en de bursts die geweigerd zijn met de reden erbij. Zes uur is het hele geheugen: wat ouder is valt eraf en er gaat niets de database in. Vandaag gebruikt het platform de positie; heading, beweging en weer worden bewaard om naar te kijken en rekenen nog nergens in mee.
Contract geeft het antwoord op het scherm; Reporting maakt er een rapport van dat je kunt versturen. Je kiest een techniek uit de contracttabel van dit schip en krijgt het weer over de lopende dag en de dag erna: 48 uur, en het begint altijd op 00:00 UTC, niet op het uur waarop je toevallig kijkt. Drie uitvoeringen β op het scherm, als PDF en per e-mail β en alle drie komen ze uit dezelfde berekening, dus ze kΓΊnnen niet uiteenlopen.
Het rapport noemt wat er over de limiet staat en met hoeveel procent, welke grootheid de beperking is, hoe lang het slechte weer nog duurt, wanneer er weer gewerkt kan worden en hoe ver de modellen uit elkaar liggen. Het rekent zelf niets: het middelen en toetsen blijft in Contract, het rapport vat die uitkomst samen en tekent hem.
De PDF is de papieren versie, niet een plaatje van het scherm: wit, met haarlijnen en een statusletter per uur, zodat een grijswaardenprinter de boodschap niet verliest. Mailen gaat naar een adres dat je zelf invult, met de PDF als bijlage; er zit een rem op van tien rapporten per account per uur, en vanaf het demoscherm kan het niet.
External weather hoort hierbij: het weerbericht dat je leverancier als PDF stuurt (DTN, StormGeo, Infoplaza). Je ziet wat wij eruit lezen en geeft het met Use in SeaData vrij; daarna staat het als extra lijn in de meteogrammen. Het verandert het go/no-go-oordeel nooit.
Dit is het hart van SeaData en het minst vanzelfsprekende deel. In SeaWind, SeaWave en SeaCurrent staan de modellen niet in een vaste volgorde: links staat het model dat het best bij jouw positie past, rechts het minst passende. De volgorde verandert dus terwijl je vaart.
De ordening wordt op de server bepaald, zodat geen enkel scherm een eigen volgorde kan verzinnen. Workability en Contract gebruiken dezelfde ranglijst.
| Afstand tot de rand | Straf |
|---|---|
| minder dan 25 km | maal 3,0 (vol) |
| 25 tot 50 km | maal 1,5 (half) |
| meer dan 50 km | maal 1,0 (geen) |
| wereldwijd model | maal 1,0 |
De score is resolutie in km maal straf; daarop wordt gesorteerd, laagste eerst.
Dit doet vanzelf wat «het model van het land zelf» zou doen: AROME ligt bij Brest diep in eigen gebied en bij Hoek van Holland erbuiten, HARMONIE precies andersom. Er is dus geen aparte landregel nodig.
| Model | Bron | Resolutie | Gebied |
|---|---|---|---|
| HARMONIE | KNMI | 2,0 km | 50-56 N, 1-8 O |
| HARMONIE DINI | DMI | 2,0 km | 47-64 N, -12-16 O |
| ICON-D2 | DWD | 2,2 km | 47-58 N, -4-15 O |
| UKV | Met Office | 2,0 km | 45,5-62 N, 17 W-9 O (Britse eilanden, Kanaal) |
| MEPS | MET Norway | 2,5 km | 51-64 N, 0-16 O (Noordzee, Noorse kust) |
| AROME | MΓ©tΓ©o-France | 2,5 km | 41-51,5 N, -6-10 O |
| ICON-EU | DWD | 7,0 km | 30-66 N, -19-36 O |
| ECMWF IFS | ECMWF | 9,0 km | EU + Azie + Japan |
| ECMWF AIFS | ECMWF | 9,0 km | EU + Azie + Japan |
| Open-Meteo | Open-Meteo | 11,0 km | wereldwijd |
| ICON global | DWD | 13,0 km | 30-70 N, -30-30 O |
| GFS | NOAA | 13,0 km | wereldwijd |
| WRF 3km | CWA Taiwan | 3,0 km | 14-32,1 N, 105,3-140,9 O |
| CWA lokaal | CWA Taiwan | 15,0 km | Taiwanese wateren |
| JMA GSM | JMA Japan | 16,0 km | -20-60 N, 60-200 O |
Het zicht (voor Contract) komt uit de windmodellen die het leveren: HARMONIE, HARMONIE DINI, ICON-D2, ICON-EU en GFS. De ensembles ECMWF ENS en ICON-D2-EPS staan niet in de ranglijst: die voeden alleen de kans in Contract.
Een rangorde van windmodellen zegt niets over golven β daarom een aparte lijst.
| Model | Bron | Resolutie | Gebied |
|---|---|---|---|
| DMI WAM | DMI | 1,1 km | 53-60 N, 7-16 O |
| CMEMS Wave | CMEMS | 1,5 km | NWS / Baltic |
| Met Office NWS | Met Office | 1,5 km | 46-62,7 N, -16-13 O |
| MFWAM | MΓ©tΓ©o-France | 2,5 km | 38-53 N, -8-12 O |
| IBI Wave | CMEMS | 3,0 km | IberiΓ«, Biskaje, Ierland |
| WW3 4km | MET Norway | 4,0 km | 48-65 N, -8-12 O |
| Med Wave | CMEMS | 4,2 km | Middellandse Zee |
| DWD EWAM | DWD | 5,5 km | 30-66 N, -10,5-42 O |
| WW3 MEDITA | MeteoHub | 11,0 km | 30-46 N, -7-36,5 O |
| ECMWF IFS Wave | ECMWF | 28,0 km | wereldwijd |
| CMEMS Asia Wave | CMEMS | 9,0 km | 20,7-28,9 N, 116,7-124,4 O |
| CMEMS Japan Wave | CMEMS | 9,0 km | 24-46 N, 122-150 O |
| Met Office Global | Met Office | 13,0 km | wereldwijd |
| JMA Global Wave | JMA Japan | 27,0 km | wereldwijd |
| CWA lokaal | CWA Taiwan | 30,0 km | Taiwanese wateren |
| TidesAtlas Marine | TidesAtlas | 25,0 km | wereldwijd, alleen onder Online |
Bij elk model staat de reden van zijn plaats:
Praktisch: loopt het linker model ver uit de pas met de rest, kijk dan naar de reden. Staat het vlak bij zijn rand, neem het dan met een korrel zout β juist daarom staat de reden erbij.
Elke waterstandswaarde draagt zijn herkomst, en de volgorde is niet willekeurig:
| Badge | Betekenis |
|---|---|
| measured | een echte meting van een meetstation of boei |
| official | de voorspelling van de hydrografische dienst zelf (Rijkswaterstaat, DMI, SHOM, Environment Agency β¦) |
| computed | SeaData's eigen harmonische som uit een getijmodel |
OfficiΓ«le bronnen gaan vΓ³Γ³r eigen berekening. Geeft de dienst het uit, dan toont SeaData dat β niet zijn eigen som. Grijs betekent: geen betrouwbare officiΓ«le bron voor dit station.
Verschillen tussen modellen worden getoond, niet weggepoetst. Lopen modellen uiteen, dan is de verwachting onzeker. Dat mag je zien.
Een account volgt één of meer schepen op MMSI. Welk soort je hebt bepaalt hoeveel plekken je krijgt en hoe vrij je daarin kunt wisselen. Workability zit in elk soort.
| Soort | Schepen | Wisselen | Eigen kaartpositie | Viewers |
|---|---|---|---|---|
| Single | 1 | direct β weghalen en opnieuw invullen | nee | nee |
| Fleet standard | 5 | plek 7 dagen op slot | nee | nee |
| Fleet+ | 3 | onbeperkt | ja | ja |
| Fleet admin | 5 | onbeperkt | ja | ja |
Viewers (Fleet+ en Fleet admin): alleen-kijken-logins voor bemanning, kantoor of klant, te maken onder Profile βΊ Viewers.
Zonder schip is er geen AIS-positie om de gegevens op te betrekken. SeaData valt dan terug op een vaste plek op de Noordzee. Alles wat je ziet β getij, golven, wind, stroming β geldt dan voor dΓΓ© plek en niet voor jou. Zodra je een MMSI invult volgt het beeld je schip weer.
Haal je een schip weg, dan blijft die plek zeven dagen bezet. Je ziet dat op je accountpagina staan, met de datum waarop hij weer vrijkomt. Zonder die wachttijd zou het aantal plekken niets voorstellen: je zou een schip kunnen weghalen en meteen een ander toevoegen, en zo onbeperkt wisselen. Bij de andere soorten geldt de wachttijd niet.
Fleet+ en Fleet admin hebben de bullseye-knop in de onderbalk waarmee je een willekeurige plek op de kaart kiest in plaats van je schip te volgen (zie hoofdstuk 1). Bij de andere soorten volgt de data het actieve schip.
Try it in de onderbalk opent een pagina waar je een MMSI invult en dat schip een half uur als je eigen schip ziet. Dat lukt alleen voor een schip dat nu in onze AIS-ontvangst zit; anders zegt de pagina dat. Zonder in te loggen toont de tab Workability het Demo vessel op de demopositie.
Elk account wordt met de hand beoordeeld en vrijgegeven. Voor informatie of een demo-account mail je naar het adres in de topbalk (admin@seadata.online). Je krijgt bericht zodra het account is goedgekeurd; daarna kun je inloggen.
De voorwaarden staan op Voorwaarden; de volledige bronvermelding met houder, licentie en voorgeschreven vermelding staat op Bronvermelding.
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Kaart hapert bij zoomen | Zet Waves en Wind uit onder Overlay, of schuif hun schuif naar links; dat zijn de zwaarste lagen. |
| Leeg vlak bij inzoomen | De basiskaart heeft een zoomgrens (Ocean tot 13, Topo tot 17). |
| Weinig AIS-schepen | Uitgezoomd zie je alleen je eigen vloot β zoom in voor alle schepen in beeld. |
| Positie blijft leeg | Geen AIS-ontvangst voor dat MMSI, of de positie is te oud. |
| Schip verdwenen van de kaart | Positie ouder dan 40 minuten; bewust niet getekend. |
| Getij wijkt af van de tafel | Astronomisch model zonder opzet β vergelijk met de actual-lijn. |
| Geen regen op de kaart | Zet SeaRain aan en kijk de regio na in de instellingen; radar reikt niet tot open oceaan β probeer World. |
| Geen getijstations | π 50km staat aan en er ligt er geen binnen 50 km; zet hem uit en gebruik de vlaggen. |
| SWAN blijft wachten | Er draait al een andere SWAN-run; hij rekent er één tegelijk. Het resultaat volgt vanzelf, of probeer het zo opnieuw. |
| Contract zegt Not assessed | Geen model dekt die grootheid op deze positie; die limiet wordt niet toegepast. |
| Tekening staat verkeerd | Vul onder 2D de correctie voor spiegel of basislijn in, of vink Bow on the left / Top view mirrored aan. |